
Collectieve rituelen bij Ida van der Lee; persoonlijk
familieportret van Ebelina Brethouwer
De doden vieren om wie ze waren
Hoorn De doden niet verzwijgen maar vieren, om wie ze waren en om
wat ze te vertellen hebben. Vanuit deze gedachte nam kunstenaar Ida van der
Lee afgelopen herfst het initiatief tot kunstproject Allerzielen Alom. Een
indringend verslag, in woord en beeld, is momenteel te zien in de Boterhal
te Hoorn.
De bovenverdieping is ingericht met installaties van Ebelina
Brethouwer, die de afgelopen tien jaar het wel en wee van haar ouders filmde.
Ida van der Lee werd in 1961 geboren in de gemeente Beemster. Tegenwoordig
woont ze in Amsterdam. Ze is afgestudeerd aan de Hogeschool voor de Kunsten te
Utrecht, richting Autonome Vormgeving. Daarvoor werkte ze als verpleegkundige.
Medemens
Zorg voor de medemens bepaalt ook haar kunstenaarschap. Ze bedenkt
rituelen voor mensen die ingrijpende veranderingen, zoals het verlies van een
dierbare, moeten doorstaan. Dit vanuit de mening dat rituelen het welzijn van
de mens verhogen. Vanuit een eerder kunstproject ontdekte ze dat de behoefte
aan rituelen, enige tijd na de begrafenis, groot was. Daarom creëerde ze, samen
met tientallen andere kunstenaars, op vijf Noord-Hollandse begraafplaatsen,
gastvrije ontmoetingsplekken.
In workshops
werden de nabestaanden door kunstenaars begeleid, om op de kerkhoven een
persoonlijke sfeer te scheppen. Zo ontstond een omgeving die recht doet aan de
overledene. Kunstproject Allerzielen Alom haakt aan bij de Katholieke
Allerzielenviering, die in landen als Polen, Spanje en Mexico, gevierd wordt
met eten, drinken en muziek. Ida van der Lee wilde de kring van nabestaanden
rond een dode weer bij elkaar brengen om samen te eten, te drinken en te
gedenken. De foto¹s op de expositie tonen begraafplaatsen vol schoonheid, met
spiraalvormige lichtopstellingen, fakkels en kaarsen. Maar bovenal komt de
saamhorigheid tussen de bezoekers naar voren.
Uit de teksten
onder de foto¹s blijkt dat het voor talrijke deelnemers een troostrijke
ervaring was. ŒIk vind weer rust¹ en ¹de afstand is niet meer zo groot¹ zijn
enkele van hun uitspraken. Ida van der Lee heeft nog meer projecten
gerealiseerd. Ze worden gepresenteerd in fotoalbums op een tafel van sloophout.
Hierin staan ingrepen in de woonomgeving van de mens centraal. Door politieke
en economische beslissingen staan mensen vaak machteloos tegenover het
verdwijnen van oude woonwijken en historische landschappen.
Door deze
veranderingen te koppelen aan een gemeenschappelijk ritueel kunnen mensen meer
grip krijgen op een onverteerbare situatie. In de projecten worden zowel de
geschiedenis van een locatie als de bewoners tot uitgangspunt genomen. Alle
deelnemers hebben een eigen creatieve inbreng, van bewoners tot beleidsmakers.
Op deze expositie zijn geen kunstwerken als zodanig te zien, maar wordt verslag
gedaan van een aantal gerealiseerde kunstprojecten. Toch is het een waardevolle
tentoonstelling. Ida van der Lee zet haar verbeelding in voor het welzijn van
de mens. Ze reikt manieren aan die mensen kracht geven onverdraaglijke
gebeurtenissen te aanvaarden.
Van de
collectieve kunstprojecten van Ida van der Lee, naar de dagelijkse rituelen van
de ouders van Ebelina Brethouwer is een hele stap. Alleen de presentatie
verschilt al enorm. Van der Lee geeft een samenhangend, verzorgd beeld van haar
projecten. De tentoonstelling van Brethouwer bestaat uit een schijnbaar
willekeurig samenraapsel van voorwerpen en filmpjes. Zo hangen er gebreide
feestjurken en er staat een nurkse opruimkabouter. Een fles Apfelkorn flankeert
een boek dat nervositeit zou verhelpen.
Spreekwoorden
Spreekwoorden zijn met potlood op de muur geschreven.
Schilderijtjes staan op een bosje op de vloer en op merkwaardige plaatsen
hangen tekeningen en fotografie.
Verder staan
overal in de ruimte televisietoestellen waarop korte films te zien zijn.
Blijkbaar wil de kunstenaar de chaos van het leven zelf gestalte geven.
Ebelina Brethouwer werd geboren in 1959 en is in 1987 afgestudeerd
aan de Gerrit Rietveldacademie, richting audio-visueel. Ze werd geboren in het
Gelderse Aalten, maar woont nu in Amsterdam. Uit het Achterhoekse dialect dat
je hoort bij de filmpjes, blijkt dat haar ouders nog steeds in Gelderland
wonen. Net als de voorwerpen zijn ook de films, met het wel en wee van de
ouders van de kunstenaar, divers van karakter. Soms geestig, soms dramatisch,
veelal ontroerend. Je kunt je afvragen of deze heel gewone dingen interessant
zijn om te bekijken. Vooral omdat je de mensen niet kent. De beelden van de
verzorgingsrituelen, zoals scheren en krulspelden zetten, zijn bovendien erg
intiem.
Maar dit is
een expositie waar je de tijd voor moet nemen. Dan worden situaties en teksten
herkenbaar en blijkit er weldegelijk nagedacht over de inrichting van de
expositie. Voor mij vormen de installaties de weerslag van een thuisgevoel, van
de vertrouwdheid binnen een huwelijk, van klein levensgeluk. Eigenlijk is het
een totaalkunstwerk met geluid, tekeningen, schilderijen, fotografie, film en
textiele kunst. De presentatie begint met een filmpje waarop Ebelina Brethouwer
zit te breien. Bijzondere gebreide kleding maakt al jaren deel uit van het
oeuvre van deze kunstenaar. Het reperterende van de handeling van het breien
sluit aan bij haar behoefte om jarenlang de dagelijkse beslommeringen van haar
ouders te filmen.
Bij een
geslaagd kunstwerk gaat het om zeggingskracht. Dat heeft deze expositie tot het
eind toe. Waar het echt om draait zie je bij het weggaan. Bovenaan de trap
draait een filmpje waarop beide ouders Ebelina liefdevol uitzwaaien en gedag
roepen. Alles blijkt liefde. Een hommage aan bijzondere ouders van een
bijzondere dochter.
LIDA BONNEMA
NHD/Dagblad voor Westfriesland/Enkhuizer Courant, 1 februari 2008